Woonwagencultuur

onderschrift: Gemeentelijk woonwagenterrein

De woonwagencultuur is het geheel van tradities, gebruiken en opvattingen van mensen die sinds generaties permanent in een woonwagen (willen) wonen. In Vlaanderen zijn er drie gemeenschappen woonwagenbewoners: de Voyageurs, de Manoesjen en de Roms. Deze drie groepen delen een leefwijze waarin het wonen op wielen centraal staat. Woonwagenbewoners koesteren een nomadische levenswijze en het vrijheidsgevoel dat daarmee verband houdt. Hun grote behoefte aan mobiliteit uit zich niet alleen in het rondreizen op zich, maar ook in handelingen die aan dat flexibele bestaan verbonden zijn. Een ander centraal gegeven dat woonwagenbewoners gemeenschappelijk hebben, is het leven in familieverband. Zij kiezen er bewust voor om kleinschalig, maar familiaal te wonen. Typerende beroepen, zoals het ophalen van oud ijzer of messenslijpen, werden tot nog toe bijna uitsluitend door woonwagenbewoners uitgeoefend. Deze traditionele beroepen evolueren naargelang de maatschappelijke veranderingen. De wijze waarop de woonwagenbewoner zich hieraan aanpast, is ook een typisch cultureel kenmerk.  Verder spelen ook muziek en religie een belangrijke rol in het leven van de drie gemeenschappen. Naast deze gedeelde distinctieve kenmerken houdt elke gemeenschap van woonwagenbewoners er ook eigen tradities, gebruiken, waarden en normen en een specifieke groepsdynamiek op na. Elke subgroep heeft ook een eigen taal en woordenschat. De woonwagencultuur is daardoor zeer divers en verscheiden, ook al zijn verschillen voor buitenstaanders vaak niet zichtbaar.
 
Woonwagenbewoners zijn al eeuwen in Vlaanderen aanwezig. De Voyageurs zijn Vlamingen. Ze stammen af van gezinnen die in de 19de en 20ste eeuw aan de kost kwamen door een trekkend bestaan. Ze hielpen bij de oogst of deden andere seizoensarbeid. Veel Voyageurs zijn nog steeds actief in zelfstandige handel. Rondtrekken om aan de kost te komen is voor de meesten niet meer rendabel. Voyageurs spreken Nederlands, maar gebruiken soms nog woorden uit het Bargoens. De groep van de Manoesjen heeft haar verre oorsprong in het India van meer dan 1000 jaar geleden. Zij verblijven al sinds de 15e eeuw in onze streken en hebben zich onopvallend ingepast in de samenleving. Onderling spreken ze Manoesj, een variant van het Romanes. De Roms kwamen eind 19e, begin 20e eeuw vanuit Oost-Europa naar België. Veel Romgezinnen trekken in de zomer nog altijd rond. Zij spreken  Romanes. Frans is hun tweede taal, maar de jongere generatie die in Vlaanderen school loopt, spreekt Nederlands.
 
De woonwagencultuur is voortdurend in beweging. Door maatschappelijke invloeden staat het wonen op wielen onder druk, waardoor de cultuur ook spanningen kent (zie SWOT in bijlage). De kennis over de woonwagencultuur wordt traditioneel mondeling overgeleverd en zit momenteel voornamelijk bij de oudere generatie. Het aantal woonwagenbewoners dat een volledig beeld heeft van de woonwagencultuur en haar geschiedenis neemt af. Jonge Voyageurs, Manoesjen en Roms blijven er wel voor kiezen om in een woonwagen te wonen en zetten op die manier onbewust culturele waarden en normen, tradities en gebruiken verder, die intussen mee evolueren met maatschappelijke veranderingen. In hun zoektocht naar hun identiteit en plaats in de hedendaagse samenleving leeft de nood aan het borgen van de woonwagencultuur heel sterk bij veel woonwagenbewoners, alsook de vrees dat de cultuur kan verdwijnen wanneer hier niet effectief met de gemeenschap aan gewerkt wordt.;
Sociaal-culturele betekenis
De woonwagencultuur is een levend erfgoed dat voortdurend evolueert onder invloed van interne en externe factoren. De woonwagencultuur bepaalt de identiteit van de woonwagenbewoner. Het wonen op wielen maakt de woonwagencultuur en de daarbij horende gebruiken en gewoonten. Het verder zetten van deze cultuur is daarom ook afhankelijk van het verder zetten van de woonvorm.
De woonwagencultuur heeft een strek verbindende eigenschap. Via het traject hebben de drie subgemeenschappen elkaar gevonden. De onderlinge familiebanden worden hierdoor ook nog eens versterkt, omdat de oude generatie verhalen deelt met de jonge generatie.