De cultuur rond het Belgisch (of Brabants) trekpaard

onderschrift: Trekpaard bij oogstactiviteiten in het Park van Tervuren

fotorechten: Collectie Hubert Avaux

Belgische trekpaarden zijn grote en breedgebouwde koudbloedpaarden met een uitgesproken spierontwikkeling. Ze staan bekend om hun zachtaardig karakter en vermogen om zware lasten te trekken en in gezapig tempo te verplaatsen (dus grote kracht maar lage snelheid). Momenteel zijn er 250-450 aantal fokkers actief, en wordt het aantal Stamboek Belgische trekpaarden in Vlaanderen geschat op 7.405 (zie bijlage - pdf). De meerderheid van de Belgisch trekpaarden staat ingeschreven in het officieel stamboek van het ras. De Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard (KMBT) houdt sinds 1886 het stamboek bij en waakt over de toepassing, ontwikkeling en verbetering van de rasstandaard in de fokkerij.

Het Belgisch Trekpaard maakt deel uit van een bredere traditie van koudbloedpaardrassen in het noordwestelijk deel van Europa, waarin het Belgisch trekpaard een grote inbreng heeft (gehad). Vanaf de 19e eeuw begon de doelbewuste selectie uit en kruising van verschillende regionale types trekpaarden (Denderstreek, gebied rond Nijvel en dal van de Méhaigne). Onder meer met behulp van de nieuwe inzichten in de diergeneeskunde kon men zo een paard bekomen met voldoende trekkracht. Vooral de fokkerijen in de streek rond Vollezele genoten al snel internationale faam. De trekpaarden werden omstreeks 1900 uitgevoerd naar onder meer Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en de USA. De veelgebruikte benaming Brabants trekpaard of ‘Brabander’ stamt uit de hoogdagen van deze exportgerichte fokkerij.
Deze diaspora heeft geleid tot een nog steeds doorlevende fokkerij en export van het Belgisch trekpaard in en naar diverse delen van de wereld. Ze heeft ook aanleiding gegeven tot de oprichting van eigen stamboeken die bestaan uit Belgische trekpaarden of uit koudbloedpaarden met inbreng van de genetica van het Belgisch trekpaard, zoals bijvoorbeeld het Nederlands trekpaard, het Cheval Trait du Nord en de Duitse Kaltblut-rassen. De Amerikaanse Belgian draft horses, afstammelingen van geëxporteerde Belgische trekpaarden, evolueerden in de 20ste eeuw tot grote paarden met fijnere benen, waaruit enkele Vlaamse fokkers het sinds 2005 erkende Vlaamse paard kweekten.

De landbouw- en nijverheidssector draaide tot de jaren 1950-1960 in belangrijke mate op de inzet van trekpaarden. Niet toevallig heet het trekpaard in de volksmond ‘boerenpaard’. Boeren gebruikten het trekpaard om het land te bewerken en zware lasten en karren te trekken. Dit laatste deden trekpaarden ook in de mijnbouw, binnenscheepvaart, verhuissector en - als natiepaarden - in de Antwerpse haven. De Belgische trekpaarden hadden een sterke invloed op het leven van de (plattelands)bevolking en bepaalden mee de streekidentiteit. Toen na de Tweede Wereldoorlog tractoren meer en meer de trekpaarden vervingen, namen de activiteiten van de fokkerijen snel af. Maar het trekpaard en zijn cultuur verdwenen nooit helemaal. Gepassioneerde fokkers bleven het ras koesteren en kweekten vanaf dan vooral als hobby.

De fokkerij maakt de kern uit van de Belgisch trekpaardcultuur. Dit omvat het in stand houden en kweken van het ras, gericht op het stamboek en de rasstandaard, met kennis over genetische overdracht van raskenmerken en gebruiken in de hengstenhouderij. De traditie van keuringen en prijskampen vormen een belangrijk deel van deze cultuur, denk maar aan het optooien van het trekpaard, de - vaak ongeschreven - sociale conventies, …

Slechts een beperkt aantal traditiedragers werken vandaag nog altijd met dit prachtige dier. Zij beschikken over de uitgebreide kennis en vaardigheden en het roerende erfgoed, zoals traditionele voer- en werktuigen. De techniek van mennen op het kordeel (koord of enkele lijn) bijvoorbeeld, gebeurt met één hand zodat de andere hand vrij is om het werktuig (bv. een ploeg) vast te houden. Menners gebruiken een specifieke streekgebonden taal om hun trekpaard te leiden, bijvoorbeeld Djut om rechts te draaien, eir om links te draaien. In (trek)wedstrijden, jaarmarkten, stoeten, processies en andere immateriële erfgoedtradities stelen deze kolossen dikwijls de show. Bovendien zijn ook de specifieke ambachten zoals de hoefsmederij en de gareelmakerij onlosmakelijk met de trekpaarden verbonden.

Er is vandaag een groeiende tendens om trekpaarden opnieuw in te zetten in bijvoorbeeld natuurbeheer en te benutten in sectoren zoals toerisme, recreatie, sport en sociale economie.

Het Belgisch trekpaard spreekt nog altijd tot de verbeelding en wordt vaak afgebeeld of verbeeld in diverse kunstdisciplines. Het trekpaard is een waar symbool, niet alleen voor het rurale verleden, maar ook voor de streek van Vlaams-Brabant.

* Voor een uitgebreidere geschiedenis: zie bijlage (pdf)
* Voor een korte beschrijving ‘wat is een trekpaard’: zie bijlage (pdf)

NOTE: De gemeenschap rond de cultuur van het Belgisch (of Brabants) trekpaard leeft het wettelijk verbod op het blokstaarten van paarden na. Indien er op deze website beelden met blokstaarten te zien zijn, dateren deze van voor het in voegen treden van deze wet.


 ; Trekpaardenraad
Sociaal-culturele betekenis
Een brede gemeenschap van fokkers, menners, liefhebbers, landbouwers, overheden, musea, dierenartsen, verzamelaars,  fotografen, sociale ondernemers, ... koesteren de Belgisch trekpaardcultuur. Ze delen allen, vanuit diverse motieven, een grote liefde voor het trekpaard en zijn trots deel uit te maken van een lange traditie en rijke geschiedenis.

De passie van fokkers voor het trekpaard is onder meer gelegen in hun bijdrage aan een uitzonderlijke traditie van dierlijke en genetische selectie die voortbouwt op de bloedlijn van de stamvaders van het ras. Hun enthousiasme ligt in de uitdaging om op basis van afstamming en uiterlijke, gedrags- en behendigheidskenmerken topproducten af te leveren die kracht, elegantie en functionaliteit harmonisch combineren. Het bijbehorende prestige houdt deze gemeenschap mede in stand door de jaarcyclus van keuringen en prijskampen, gekenmerkt door rituele praktijken en handelingen, zoals op het vlak van verzorging.

Voor velen is de passie geworteld in een familiale geschiedenis eigen aan een rurale context van landbouwers of kleine ondernemers. Zij hebben nog eigen jeugdherinneringen aan de aanwezigheid en arbeid van trekpaarden op het familiaal bedrijf en kennen overgeleverde verhalen over de rol van het trekpaard die meerdere generaties (tot 100 jaar) teruggaan. In die zin vormt het trekpaard een getuige van pre-machinale arbeid in een periode van voor de doorbraak van de tractor, gebaseerd op specifieke kennis, gebruiken en vaardigheden, die eigen zijn aan de omgang met het trekpaard en die in relatie staan tot specifiek materiaal zoals ploegen, karren, ... Deze waarde van het trekpaard en de interesse in het documenteren, doorgeven en toepassen van technieken worden gedeeld door professionelen en vrijwilligers uit de erfgoedsector, hobbyboeren en trekpaardenmenners.

Bovendien staat het Belgisch trekpaard ook symbool voor een nationale trots en een regionale identiteit, waarbij dit laatste sterk leeft in de provincie Vlaams-Brabant en meer specifiek in de Groene Gordel, waaronder de regio Pajottenland en Zennevallei, en in de streek rond Geraardsbergen. Hierbij wordt het trekpaard, mede vanwege zijn zachtaardig karakter, verbonden met noties als werkkracht, goedmoedigheid en natuurlijkheid. Deze perceptie leidt ook tot reële toepassingen die het paard herwaarderen als ecologische en milieuvriendelijke bron van energie en mobiliteit in natuurbeheer en bosbouw, en als partner in sociale economie- en welzijnsprojecten.