witteren: rijke waters, golvend gras
‘Witteren’ is een eeuwenoude vorm van graslandbevloeiing, waarbij graslanden (in deze context ‘vloeiweiden’ genoemd) kunstmatig worden bevloeid met voedselrijk rivierwater.
Met behulp van de zwaartekracht en een ingenieus systeem van sloten en sluizen vloeit het water over de weiden, waardoor een graslandschap ontstaat. De vloeiweiden bestaan uit rugvormige bedden. Via sloten en sluizen lopen de greppels in het midden van de ruggen (bovenzoeven) vol met water. Van hieruit sijpelt het water aan weerszijden van de ruggen naar beneden, naar de greppels tussen twee bedden (onderzoeven). Daarna wordt het afgevoerd. Dankzij deze manier van bevloeien worden vocht, kalk en andere mineralen afgezet tussen de plantenwortels. Arme zandgrond verandert zo in vruchtbare vloeiweide.
Witteren vindt elk jaar plaats begin maart. Maar geen bevloeiing zonder voorbereiding. De voorbereidende werkzaamheden bestaan uit het reinigen (uitmaaien) van de boven- en ondersloten die respectievelijk het water van de rivier naar de graslanden aan- en afvoeren. Ook de bovenzoeven worden gezuiverd.
De Vloeiweiden in de Grote Watering in Lommel-Kolonie vormen vandaag de grootste gereactiveerde, aaneengesloten oppervlakte vloeiweiden in beddenbouw zoals er vooral in de 19de eeuw op grote schaal werden aangelegd in Europa. Nergens in Europa wordt op dezelfde schaal en enkel door vrijwilligers op de oude wijze grasland bevloeid. Sinds 1979 zet een hechte groep vrijwilligers zich ieder jaar samen in om de graslanden op de Grote Watering traditioneel te bevloeien.
Wat het witteren zo bijzonder maakt is de onlosmakelijke band tussen erfgoed en natuur. Deze vorm van bevloeiing kan enkel plaatsvinden in een landschap met vloeiweiden. De cultuurhistorische waarde van deze oude techniek, die lange tijd op grote schaal in grote delen van Europa werd beoefend, is zeer groot en heeft in Lommel een geschiedenis van 170 jaar. Minstens even belangrijk is de ecologische waarde : dankzij de aanvoer van kalkrijk Maaswater komen er in de vloeiweiden van Lommel zeer zeldzame planten en dieren voor die afhankelijk zijn van de aangevoerde mineralen.
Ook het sociale aspect speelt een grote rol. Een hechte gemeenschap van vrijwilligers zet zich in om de cultuurhistorische techniek van het witteren toe te passen en door te geven met als resultaat de instandhouding van een waardevol beschermd landschap met een eeuwenoude geschiedenis en unieke fauna en flora.
Het ‘witteren’ is een eeuwenoude vorm van graslandbevloeiing, waarbij enkel gebruik gemaakt wordt van de zwaartekracht om water op het grasland te brengen. Witteren is niet los te koppelen van het landschap waarin deze activiteit plaatsvindt. Het oppervlak werd aangelegd in rugvormige bedden (‘beddenbouw’). Het water wordt via sloten en sluizen zo geleid dat greppels (bovenzoeven) in het midden van de ruggen kunnen vollopen. Van hieruit kan het water aan weerszijden infiltreren naar de greppeltjes tussen twee bedden (onderzoeven) voor het wordt afgevoerd. Op die manier worden vocht en mineralen afgezet tussen de plantenwortels. Er wordt ‘gewitterd’ begin maart. De voorbereidende werkzaamheden bestaan uit het reinigen (uitmaaien) van de sloot die het water naarde graslanden brengt en het zuiveren van bovensloten, ondersloten en bovenzoeven. Het regelen van het waterdebiet aan de sluisjes en van het niveau in de bovensloten vergt ervaring. Tijdens het ‘witteren’ staat er steeds water in de boven- en onderzoeven. Over de hellingen van de bevloeiingsbedden zijpelt het water langzaam naar beneden, waarbij kalk en andere mineralen uitgefilterd worden.
Ieder jaar zet een hechte groep van vrijwilligers zich samen in om de graslanden op de Grote Watering in Lommel te bevloeien op traditionele manier. Dit "witteren" is een eeuwenoude vorm van grasland-bevloeiing, waarbij enkel gebruik gemaakt wordt van de zwaartekracht om water op het grasland te brengen en is niet los te koppelen van het landschap waarin deze activiteit plaatsvindt. Het kan immers enkel gebeuren in een watering met vloeiweiden. Rond 1850 zorgden grootschalige werken door de Belgische staat er voor dat woeste gronden in de Kempen omgezet werden in grasland. Een kanalenstelsel moest zorgen voor de aanvoer van kalkrijk Maaswater en voor transport. Hoofdader werd het kanaal Bocholt-Herentals. Het oppervlak werd aangelegd in rugvormige bedden en het water wordt via sloten, watervangen en sluizen zo geleid dat greppels (bovenzoeven) in het midden van de ruggen kunnen vollopen. Van hieruit kan het water aan weerszijden, op de hellingen van de bedden, infiltreren naar de greppeltjes tussen twee bedden (onderzoeven). Dan wordt het afgevoerd. Op die manier kunnen vocht en mineralen afgezet worden tussen de wortels van gras en andere planten. Het altijd bewegende, zuurstofrijke water bevordert de opname van voedende bestanddelen. In veel gevallen werden de bedden zo aangelegd dat met het gebruikte water andere percelen konden bevloeid worden. Vroeger werd driemaal per jaar bevloeid, telkens gedurende veertien dagen om een hoge grasproductie te verkrijgen. Thans worden de percelen afwisselend om de 2 jaar bevloeid en dit gedurende kortere tijd (6 dagen). Indien te veel mineralen aangevoerd worden, groeit het gras te fel, ten koste van de zeldzame kruiden. Bovendien zou een ecologische woestijn voor insecten en andere dieren gecreëerd worden indien alle percelen op hetzelfde moment gemaaid worden. Sedert de reactivering van de bevloeiing in 1979 wordt er steeds gewitterd begin maart. Al 40 jaar gebeurt de jaarlijkse bevloeiing enkel door vrijwilligers die geleerd hebben van de plaatselijke, oudere bevolking hoe dit diende te gebeuren. De voorbereidende werkzaamheden bestaan uit het reinigen (uitmaaien) van de ‘boerensloot’ die de verbinding vormt tussen de hoofdsluis en de herstelde graslanden. De boven- en ondersloten worden tegenwoordig machinaal uitgefreesd. Ook het uitfrezen van de bovenzoeven gebeurt machinaal. Losgemaakt zand en gras wordt wel nog manueel verwijderd. Als het water op de percelen vloeit moeten de randen van de zoeven verstevigd worden, en gangen van mollen en woelmuizen worden dichtgemaakt om waterverlies te voorkomen. Molshopen worden gelijk gemaakt. Het regelen van het debiet van het water aan de sluisjes en van het waterniveau in de bovensloten vergt ervaring. Tijdens het witteren staat er steeds water in de boven- en onderzoeven en niet op de hellingen van de bevloeiingsbedden waarover het water zich langzaam verplaatst, waarbij kalk en andere mineralen uitgefilterd worden. Het beeld van een bevloeid landschap, dat vroeger zo vertrouwd was in de Kempen en ook daarbuiten, is erg zeldzaam geworden. Enkel door volgehouden inspanningen kunnen het witteren en de vloeiweiden behouden blijven.
Meer weten of samenwerken?
Dit erfgoed werd toegevoegd door iemand die het een warm hart toedraagt. Wil je meer weten? Heb je een opmerking? Of zie je kansen in een samenwerking?
Werkplaats immaterieel erfgoed brengt je in contact met de inzender van deze praktijk.
Inzenders
- Ferdi Geerts
- Erfgoed Lommel
Locatie
-
Wateringstraat 80
3920 Lommel
Periode
Interval
Themadomeinen
Documenten
Erfgoedregisters
Deel deze pagina
Andere praktijken
Gerelateerde items
Bekijk alle artikelsVoeg jouw erfgoed toe!
Deze website zet immaterieel erfgoed in Vlaanderen en Brussel in de kijker, in al zijn veelzijdigheid. Beoefenaars, liefhebbers, groepen en organisaties kunnen hier zelf hun erfgoedpraktijk beschrijven en delen. Ook jij!